ECLI:NL:HR:1998:AA2490
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Meij
- Van Vliet
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat desinvesteringsbetalingen niet onder artikel 6 EVRM vallen in belastingaanslag
Belanghebbende werd voor het jaar 1985 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd met desinvesteringsbetalingen van f 144.972,--, die na bezwaar door de Inspecteur werd verminderd tot f 144.251,--. Het Hof Amsterdam bevestigde deze aanslag in het beroepsgeding.
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Hof. De Hoge Raad beoordeelde of de verplichting tot desinvesteringsbetalingen onder artikel 6, lid 1, EVRM valt, dat bescherming biedt bij het vaststellen van burgerlijke rechten of verplichtingen.
De Hoge Raad oordeelde dat deze verplichting zo nauw verweven is met de belastingheffing dat zij niet als burgerlijk recht of verplichting kan worden aangemerkt in de zin van artikel 6 EVRM Pro. De klachten faalden en het beroep werd verworpen. Er werden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het Hof bevestigd.