ECLI:NL:HR:1998:AA2480
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- De Moor
- Van Brunschot
- Meij
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat schadeloosstelling voor misgelopen subsidies als prijsvermindering omzetbelasting geldt
Belanghebbende, een besloten vennootschap binnen een fiscale eenheid, heeft aan kopers van woningen een schadeloosstelling betaald vanwege afgewezen subsidies. Deze betalingen werden door belanghebbende als prijsvermindering aangemerkt en de daarbij behorende omzetbelasting in aftrek gebracht. De Inspecteur legde daarop een naheffingsaanslag op omdat hij van mening was dat de betalingen geen prijsvermindering vormden.
Het Gerechtshof te 's-Gravenhage vernietigde de naheffingsaanslag en oordeelde dat er wel degelijk sprake was van een prijsvermindering, omdat de schadeloosstelling een rechtstreeks verband hield met de leveringsverplichting en de subsidie een wezenlijke rol speelde in de koopovereenkomsten.
De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in, maar de Hoge Raad verwierp dit beroep. De Hoge Raad bevestigde dat de schadeloosstelling als prijsvermindering moet worden gezien, mede omdat de betaling van de lumpsum voortkomt uit de tussen partijen gesloten overeenkomsten en rechtstreeks verband houdt met de prestaties. Tevens wees de Hoge Raad het beroep af wegens gebrek aan feitelijke grondslag voor de bezwaren van de Staatssecretaris.
De Hoge Raad veroordeelde de Staatssecretaris tot betaling van de proceskosten aan belanghebbende en bevestigde daarmee het oordeel van het Hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de schadeloosstelling als prijsvermindering in de omzetbelasting moet worden beschouwd.