ECLI:NL:HR:1998:AA2479
Hoge Raad
- Cassatie
- Wildeboer
- Zuurmond
- Fleers
- Beukenhorst
- Monné
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verontreinigingsheffing voor lozing gasbronwater op oppervlaktewater
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1992 een aanslag opgelegd in de verontreinigingsheffing oppervlaktewateren vanwege het lozen van chloridehoudend gasbronwater via een bronpijp op oppervlaktewater. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag gehandhaafd. Belanghebbende stelde dat de lozingen de waterkwaliteit niet aantasten omdat het gasbronwater het oppervlaktewater ook op natuurlijke wijze zou bereiken.
Het Hof oordeelde dat dit argument niet aan de heffing in de weg staat, omdat het lozen door menselijk toedoen plaatsvindt en chloride in oppervlaktewater brengt. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat voor de toepassing van artikel 17, lid 1, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren alleen de kwaliteit van het geloosde water relevant is.
Andere klachten van belanghebbende worden verworpen zonder nadere motivering, omdat deze niet leiden tot rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad verwerpt het beroep en legt geen proceskosten op.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en de aanslag in de verontreinigingsheffing wordt bevestigd.