ECLI:NL:HR:1998:AA2476
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Meij
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt aftrek zelfstandigen- en meewerkaftrek bij inkomstenbelasting 1991
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1991 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd, die na bezwaar werd verminderd door de Inspecteur. Vervolgens bracht het Gerechtshof Arnhem de aanslag verder terug door zelfstandigenaftrek en meewerkaftrek toe te passen, omdat belanghebbende en zijn echtgenote voldoende uren in de onderneming hadden gewerkt.
De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak, stellende dat het Hof ten onrechte aftrek had toegestaan. De Hoge Raad oordeelde dat het oordeel van het Hof, dat belanghebbende en zijn echtgenote het vereiste aantal uren hadden gewerkt, een feitelijke beoordeling is die niet onbegrijpelijk is en daarom niet in cassatie kan worden bestreden.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde de Staatssecretaris in de proceskosten van belanghebbende. Hiermee blijft de vermindering van de aanslag en de toepassing van zelfstandigenaftrek en meewerkaftrek in stand.
De uitspraak benadrukt het belang van feitelijke oordelen van lagere rechters bij fiscale aftrekposten en beperkt de cassatiemogelijkheden tot juridische kwesties.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt verworpen en de aftrek van zelfstandigenaftrek en meewerkaftrek blijft gehandhaafd.