ECLI:NL:HR:1998:AA2445

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 februari 1998
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
33054
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • R.J.J. Jansen
  • Bellaart
  • Meij
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 57a Wet op de inkomstenbelasting 1964Art. 101a Wet op de rechterlijke organisatieArt. 5a Wet administratieve rechtspraak belastingzaken
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep tegen belastingaanslag 1991

In deze zaak betreft het een cassatieberoep van de erfgename van A tegen een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 1991 was na bezwaar verminderd tot een belastbaar inkomen van f. 991.124,--, waarvan f. 943.498,-- belast werd tegen 20% volgens artikel 57a van de Wet op de inkomstenbelasting 1964.

De belanghebbende ging in beroep bij het hof, dat de aanslag en de vermindering daarvan bevestigde. Vervolgens stelde zij cassatieberoep in bij de Hoge Raad, die het middel van cassatie onderzocht. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat het middel geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatte.

Daarnaast wees de Hoge Raad een veroordeling in proceskosten af, conform artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken. Het arrest werd vastgesteld op 11 februari 1998 door de vice-president Jansen als voorzitter en raadsheren Bellaart en Meij, en in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de uitspraak van het hof bevestigd.

Uitspraak

gewezen op het beroep in cassatie van X, de erfgename van A, gewoond hebbende te Z (hierna: A), tegen de uit spraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 23 december 1996 betreffende de ten name van A voor het jaar 1991 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof Ten name van A is voor het jaar 1991 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opge legd, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is verminderd tot een aan slag naar een belastbaar inkomen van f. 991.124,--, waarvan f. 943.498,-- belast naar het tarief van 20 percent als bedoeld in artikel 57a van de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep geko men bij het Hof, dat deze uitspraak heeft bevestigd.
2. Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel van cassatie voorgesteld. De Staatssecretaris van Financiën heeft bij ver toogschrift het cassatieberoep bestreden.
3. Beoordeling van het middel van cassatie CONVGEGEVENS Het middel kan niet tot cassatie leiden. Zulks be hoeft, gezien artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling (HR 27 april 1983, BNB 1983/232).
4. Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
5. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is op 11 februari 1998 vastgesteld door de vice-president R.J.J. Jansen als voorzitter, en de raadsheren Bellaart en Meij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Van Hooff, en op die datum in het openbaar uitgesproken.