ECLI:NL:HR:1998:AA2445
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- Meij
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatieberoep tegen belastingaanslag 1991
In deze zaak betreft het een cassatieberoep van de erfgename van A tegen een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 1991 was na bezwaar verminderd tot een belastbaar inkomen van f. 991.124,--, waarvan f. 943.498,-- belast werd tegen 20% volgens artikel 57a van de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
De belanghebbende ging in beroep bij het hof, dat de aanslag en de vermindering daarvan bevestigde. Vervolgens stelde zij cassatieberoep in bij de Hoge Raad, die het middel van cassatie onderzocht. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat het middel geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatte.
Daarnaast wees de Hoge Raad een veroordeling in proceskosten af, conform artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken. Het arrest werd vastgesteld op 11 februari 1998 door de vice-president Jansen als voorzitter en raadsheren Bellaart en Meij, en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de uitspraak van het hof bevestigd.