ECLI:NL:HR:1998:AA2425
Hoge Raad
- Cassatie
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Meij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing in zaak over waardeverandering landbouwgrond voor belastingheffing
Belanghebbende had bezwaar gemaakt tegen een beschikking van de Inspecteur die het voordeel uit waardeverandering van landbouwgrond op nihil stelde. Het hof bevestigde deze uitspraak, oordelend dat niet was aangetoond dat de waarde in het economische verkeer (WEV) hoger was dan de waarde bij agrarische bestemming (WEVAB).
Het hof baseerde zich onder meer op het ontbreken van zekerheid over de aanwezigheid van winbare klei, ondanks interesse van een steenfabriek in de grond. De Hoge Raad oordeelde dat de mogelijke aanwezigheid van klei geen invloed heeft op de WEVAB, omdat winning niet samenhangt met agrarische bestemming.
Daarom was het oordeel van het hof onvoldoende gemotiveerd en moest het arrest worden vernietigd. De zaak werd verwezen naar het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch voor een volledige herbeoordeling, met een veroordeling van de Staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten voor belanghebbende.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak voor volledige herbeoordeling terug naar het gerechtshof.