ECLI:NL:HR:1998:AA2415
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Fleers
- raadsheer Pos
- raadsheer Beukenhorst
- raadsheer Monné
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vruchtgebruik en waardering bij successierecht nalatenschap
Belanghebbenden ontvingen aanslagen in het successierecht over hun verkrijgingen uit de nalatenschap van hun overleden ouder. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag gehandhaafd op basis van een verkrijging van f. 25.591,--.
De Hoge Raad overweegt dat de echtgenote van de erflater het vruchtgebruik heeft over de erfdelen van de kinderen, conform artikel 18, lid 1, van de Successiewet 1956. Dit vruchtgebruik betreft ook de rentedragende erfdelen, waarbij de rente pas bij het overlijden van de echtgenote opeisbaar wordt. Het legaat van vruchtgebruik op de overbedelingsvorderingen verandert hieraan niets.
Het feitelijk genot van de echtgenote gedurende haar leven wordt als vruchtgebruik aangemerkt en dient te worden gewaardeerd volgens artikel 21, leden 8 en 9, van de Successiewet. De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en benadrukt dat bij de latere heffing over de nalatenschap van de echtgenote het vruchtgebruik buiten beschouwing blijft, zodat het saldo kan worden verminderd met de rente over de overbedelingsvorderingen.
De Hoge Raad veroordeelt de belanghebbenden niet in de proceskosten en spreekt het arrest uit op 4 februari 1998.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de waardering van het vruchtgebruik volgens de Successiewet.