ECLI:NL:HR:1998:AA2394
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Fleers
- raadsheer Pos
- raadsheer Beukenhorst
- raadsheer Monné
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid beroep wegens termijnoverschrijding zonder pro-forma beroepschrift
Belanghebbende was tegen aanslagen onroerende-zaakbelastingen van de gemeente Amsterdam voor het jaar 1994 in bezwaar gegaan, maar werd door de voorzitter van de Eerste Meervoudige Belastingkamer van het Hof niet-ontvankelijk verklaard wegens het te laat indienen van het beroepschrift. Belanghebbende stelde dat de Dienst Gemeentebelastingen Amsterdam had moeten wijzen op de mogelijkheid van het indienen van een pro-forma beroepschrift, zodat het beroep niet-ontvankelijk verklaard had mogen worden.
De Hoge Raad overwoog dat artikel 6:5 in Pro verbinding met artikel 6:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat een beroep dat is ingesteld met een beroepschrift zonder gronden niet-ontvankelijk kan worden verklaard, mits de indiener de gelegenheid krijgt deze alsnog aan te voeren. Echter, deze herstelregel verplicht niet om bij de beslissing op een bezwaarschrift te wijzen op de mogelijkheid om eerst een pro-forma beroepschrift in te dienen en de gronden later aan te vullen.
De klacht van belanghebbende faalde daarom. De Hoge Raad verwierp het beroep in cassatie en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Het arrest werd op 28 januari 1998 vastgesteld en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en de niet-ontvankelijkverklaring wegens termijnoverschrijding blijft in stand.