ECLI:NL:HR:1998:AA2387

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 januari 1998
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
33099
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • R.J.J. Jansen
  • Bellaart
  • De Moor
  • Van Brunschot
  • Meij
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 101a Wet op de rechterlijke organisatieArt. 5a Wet administratieve rechtspraak belastingzakenWet op de vennootschapsbelasting 1969 art. 8Wet op de vennootschapsbelasting 1969 art. 10Wet op de vennootschapsbelasting 1969 art. 15
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep tegen aanslag vennootschapsbelasting 1991

X B.V. kreeg voor het jaar 1991 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd van f. 18.495.862,--. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag, maar op 16 september 1996 werd deze ambtshalve verminderd tot f. 18.309.598,--. X B.V. ging in beroep bij het Gerechtshof Arnhem, dat de uitspraak van de Inspecteur vernietigde en de ambtshalve vermindering handhaafde.

X B.V. stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad en voerde meerdere klachten aan tegen het arrest van het Hof. De Staatssecretaris van Financiën bestreed het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was, omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

Ten slotte wees de Hoge Raad een veroordeling in proceskosten af en verwierp het beroep van X B.V. Het arrest werd op 28 januari 1998 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren.

Uitkomst: Het cassatieberoep van X B.V. wordt verworpen en het arrest van het Gerechtshof Arnhem blijft in stand.

Uitspraak

gewezen op het beroep in cassatie van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid X B.V. te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 23 januari 1997 betreffende de haar voor het jaar 1991 opgelegde aanslag in de vennootschapsbelasting.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof Aan belanghebbende is voor het jaar 1991 een aanslag in de vennootschapsbelasting opgelegd naar een belastbaar bedrag van f. 18.495.862,--, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd. De Inspecteur heeft op 16 september 1996 de aanslag ambtshalve verminderd tot een aanslag naar een belastbaar bedrag van f. 18.309.598,--. Belanghebbende is tegen de uitspraak van de Inspecteur in beroep gekomen bij het Hof, dat deze uitspraak heeft vernietigd en de aanslag zoals deze hangende het geding door de Inspecteur ambtshalve was verminderd, heeft gehandhaafd.
2. Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd. De Staatssecretaris van Financiën heeft bij vertoogschrift cassatieberoep bestreden.
3. Beoordeling van de klachten. De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
5. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Dit arrest is op 28 januari 1998 vastgesteld door de vice-president R.J.J. Jansen als voorzitter, en de raadsheren Bellaart, De Moor, Van Brunschot en Meij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Van Hooff, en op die datum in het openbaar uitgesproken.