ECLI:NL:HR:1998:AA2350
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- Van der Putt-Lauwers
- Meij
- Van Vliet
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak over aftrek lijfrentepremie bij overdracht onderneming aan eigen BV
Belanghebbende droeg zijn onderneming over aan een door hem opgerichte BV en bedong een lijfrente van ƒ157.884,-. De Inspecteur handhaafde de aanslag inkomstenbelasting 1992, die het Hof bevestigde. Het Hof oordeelde dat belanghebbende een bedrag van ƒ44.498,- aan de BV had onttrokken en dat dit bedrag tot het belastbaar inkomen behoorde.
De Hoge Raad stelde vast dat het Hof onbegrijpelijk had geoordeeld dat belanghebbende een bedrag had onttrokken, omdat de rekening-courantschuld was toegenomen door een lening en negatieve vermogensbestanddelen. De Hoge Raad oordeelde dat de aftrekbare lijfrentepremie niet beperkt mocht worden tot de waarde van het ingebrachte vermogen, maar moest worden verhoogd tot de volledige waarde van de bedongen lijfrente.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en de uitspraak van de Inspecteur, stelde het belastbaar inkomen vast op ƒ84.851,- en verwees de zaak terug voor verdere behandeling. Tevens werd de Staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en stelt het belastbaar inkomen lager vast, met terugverwijzing voor verdere behandeling.