ECLI:NL:HR:1998:AA2348
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Zuurmond
- Fleers
- Beukenhorst
- Monné
- Rechtspraak.nl
Geen aftrek van fysiotherapiekosten voor beroepsuitoefening als altvioliste
Belanghebbende, een altvioliste, had in haar aangifte inkomstenbelasting over 1992 fysiotherapiekosten van 653 gulden als aftrekbare kosten opgevoerd. Zowel haar huisarts als fysiotherapeut verklaarden dat deze behandelingen noodzakelijk waren vanwege haar beroep en bedoeld om haar werk voort te zetten. De Inspecteur wees deze aftrek af, doch het Hof stelde belanghebbende in het gelijk en erkende de kosten als aftrekbaar.
De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat fysiotherapiekosten een zodanig persoonlijk karakter hebben dat zij niet als aftrekbare kosten kunnen worden aangemerkt, ook niet als zij uitsluitend voor de vervulling van de dienstbetrekking zijn gemaakt. Daarmee vernietigde de Hoge Raad het arrest van het Hof, behoudens de beslissingen over griffierecht en proceskosten, en bevestigde de uitspraak van de Inspecteur.
De Hoge Raad wees tevens af dat er gronden waren voor een veroordeling in proceskosten. Het arrest werd op 8 juli 1998 in het openbaar uitgesproken door de genoemde raadsheren onder voorzitterschap van vice-president Stoffer.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat fysiotherapiekosten vanwege hun persoonlijke aard niet aftrekbaar zijn als kosten in verband met de beroepsuitoefening.