ECLI:NL:HR:1998:AA2330
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Meij
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over waardering lening bij aandelenverkoop in inkomstenbelasting
Belanghebbende en zijn echtgenote verkochten in 1993 hun aandelen in A B.V. aan B B.V. voor een koopsom van f 581.000,--, waarvan f 481.000,-- werd gefinancierd door een banklening en f 100.000,-- als lening aan de enige aandeelhouder van B B.V. werd verstrekt. Deze lening werd niet afgelost en A B.V. ging failliet in 1995.
Belanghebbende stelde in zijn aangifte dat wegens oninbaarheid van de lening de overdrachtsprijs van de aandelen op f 481.000,-- moest worden gesteld, wat een lagere winst uit aanmerkelijk belang tot gevolg had. De Inspecteur en het Hof verwierpen dit standpunt en waardeerden de volledige koopsom van f 581.000,-- als winst.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof ten onrechte niet heeft onderzocht of de lening wegens oninbaarheid op nihil moest worden gewaardeerd en dat dit tot een lagere overdrachtsprijs had kunnen leiden. Daarom wordt het arrest vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling. Tevens wordt de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht vergoed aan belanghebbende.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling van de waardering van de lening bij aandelenverkoop.