ECLI:NL:HR:1998:AA2329
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- De Moor
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt naheffingsaanslag omzetbelasting aan werkgever ondanks fraude directeur
Stichting X exploiteert een openbare bibliotheek en kreeg een naheffingsaanslag van 380.000 gulden opgelegd voor de jaren 1988 tot en met 1990 vanwege onjuiste aangiften omzetbelasting. Deze onjuistheden werden veroorzaakt door de voormalige directeur, die aangiften had aangepast en het teruggevraagde bedrag had verduisterd.
De Inspecteur legde de naheffingsaanslag op aan Stichting X zonder verhoging, omdat de fraude na ontdekking was gemeld en de werkgever redelijkerwijs mocht vertrouwen op de directeur. Het Hof bevestigde deze naheffing en oordeelde dat de directeur niet als 'een ander' in de zin van artikel 20, lid 2, tweede volzin, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen kon worden aangemerkt, omdat de aangifteplicht bij de werkgever lag en de handelingen van de directeur aan Stichting X toerekenbaar waren.
In cassatie voerde Stichting X aan dat de naheffingsaanslag ten onrechte aan haar was opgelegd en niet aan de directeur, die als fraudeur voor zichzelf handelde. De Hoge Raad verwierp dit beroep en bevestigde dat de wetgever niet heeft bedoeld dat de fiscus eerst de werknemer of vertegenwoordiger moet aanspreken bij fouten. De naheffing is terecht aan Stichting X opgelegd, omdat zij de belastingplichtige is en de fraude een tekortkoming van haar organisatie weerspiegelt.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de naheffingsaanslag omzetbelasting terecht aan Stichting X is opgelegd ondanks fraude van de directeur.