ECLI:NL:HR:1998:AA2321
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Meij
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over investeringsbijdragen vennootschapsbelasting 1987
Belanghebbende, een besloten vennootschap, kreeg aanvankelijk een nihil aanslag vennootschapsbelasting over 1987 opgelegd. Later werd een navorderingsaanslag opgelegd met een belastbaar bedrag en investeringsbijdragen. Na bezwaar werd de aanslag verminderd, maar de heffingsrente deels gehandhaafd. Het hof vernietigde de beschikking heffingsrente, maar bevestigde de rest van de aanslag.
Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. De kern van het geschil betrof de vraag of belanghebbende aanspraak kon maken op investeringsbijdragen voor werkzaamheden aan haar bedrijfspand. Het hof oordeelde dat belanghebbende geen verplichtingen was aangegaan met betrekking tot de werkzaamheden.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onbegrijpelijk had geoordeeld dat belanghebbende de offertes van installatiebedrijven niet had aanvaard vóór 29 februari 1988, terwijl belanghebbende zich op 28 februari 1988 had verplicht tot betaling van een aannemingssom die deels op die offertes was gebaseerd. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.
De Hoge Raad bepaalde tevens dat de Staatssecretaris van Financiën het griffierecht van belanghebbende moest vergoeden en veroordeelde de Staatssecretaris in de proceskosten van belanghebbende in cassatie. De zaak werd in aanwezigheid van de raadsheren en griffier op 24 juni 1998 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.