ECLI:NL:HR:1998:AA2308
Hoge Raad
- Cassatie
- Zuurmond
- Fleers
- Pos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing aftrek reiskosten kinderen bij overlijden echtgenoot
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1994 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd over een belastbaar inkomen van f 94.474,--. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag verminderd naar f 68.328,--. De discussie betrof de aftrek van reiskosten van haar drie meerderjarige kinderen uit de Verenigde Staten die naar Nederland waren gekomen voor de begrafenis van haar echtgenoot, overleden op 29 augustus 1994.
Belanghebbende had deze kosten van f 9.665,-- als buitengewone lasten opgevoerd, maar de Inspecteur en het Hof wezen deze aftrek af. Het Hof oordeelde dat de kosten niet als uitgaven terzake van levensonderhoud konden worden beschouwd, noch als uitgaven terzake van overlijden, omdat niet aannemelijk was dat de kinderen deze kosten niet zelf konden betalen.
In cassatie werd dit oordeel niet bestreden. Het middel dat deze kosten als begrafenis- of ziektekosten moesten worden aangemerkt, faalde omdat de betreffende resolutie alleen ziet op kosten waarvoor erfgenamen aansprakelijk zijn, wat hier niet het geval was.
De Hoge Raad verwierp het beroep en bevestigde daarmee het oordeel van het Hof dat de reiskosten niet aftrekbaar zijn. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de reiskosten van de kinderen niet aftrekbaar zijn.