ECLI:NL:HR:1998:AA2298
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Fleers
- raadsheer Monné
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep inzake niet-ontvankelijkheid bezwaarschrift na termijn in schenkingsaanslag
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het oordeel van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch dat een bezwaarschrift tegen een aanslag in het recht van schenking niet-ontvankelijk was wegens overschrijding van de wettelijke bezwaartermijn. De Inspecteur had het bezwaarschrift ambtshalve niet-ontvankelijk verklaard en de aanslag verminderd. Het Hof bevestigde deze beslissing en oordeelde dat het bezwaarschrift niet binnen de gestelde termijn was ingediend en dat geen uitzonderingssituatie van artikel 6:11 Awb Pro van toepassing was.
De Hoge Raad stelde vast dat de klachten van belanghebbende berusten op een onjuiste lezing van het hof en dat de oordelen van het hof geen onjuiste rechtsopvatting bevatten. De Hoge Raad ging omwille van proceseconomie voorbij aan een wijziging in de schriftelijke uitspraak van het hof en verwierp het cassatieberoep omdat de klachten niet konden leiden tot vernietiging of vermindering van de aanslag.
Daarnaast wees de Hoge Raad een veroordeling in proceskosten af, conform artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken. Het arrest werd op 30 september 1998 vastgesteld en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het bezwaarschrift blijft niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn.