ECLI:NL:HR:1998:AA2295
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Zuurmond
- Fleers
- Beukenhorst
- Monné
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waardering aandelenbezit in vermogensbelasting 1993
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1993 een aanslag in de vermogensbelasting opgelegd op een vermogen van 3.505.000 gulden, welke na bezwaar door de Inspecteur werd gehandhaafd. Belanghebbende ging in beroep bij het Gerechtshof Amsterdam, dat de aanslag bevestigde. Vervolgens stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht rekening hield met de functie die bezittingen en schulden innemen bij de waardering van het vermogen, waarbij de waarde in het economische verkeer leidend is. Het Hof had vastgesteld dat het aandelenpakket het karakter heeft van in eigen onderneming gestoken vermogen, waarvoor de intrinsieke waarde als uitgangspunt geldt. Dit oordeel was niet onbegrijpelijk en niet onjuist juridisch.
Daarnaast wees de Hoge Raad het verweer af dat de rentabiliteits- of rendementswaarde bij de waardering van belang zou zijn, omdat het aandelenbezit in wezen eigen ondernemingskapitaal betreft. Het cassatieberoep werd daarom verworpen. De Hoge Raad zag geen reden voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het Hof bevestigd.