Uitspraak
[woonplaats].
20 mei 1997.
Hoge Raad
De zaak betreft een administratieve sanctie opgelegd aan betrokkene wegens het stil laten staan van een voertuig op een kruispunt, in strijd met artikel 23, eerste lid, onder a, van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (RVV 1990). De kantonrechter had geoordeeld dat het voertuig voor een deel op het kruisingsvlak stond, mede op basis van een door betrokkene overgelegde situatietekening.
De Hoge Raad stelt echter vast dat het oordeel van de kantonrechter niet begrijpelijk is omdat deze geen inzicht heeft gegeven in zijn motivering, met name over de vraag of de afrondingen van de hoeken van het kruispunt tot het kruisingsvlak behoren. De Hoge Raad benadrukt dat deze vraag moet worden beantwoord aan de hand van de strekking van artikel 23 RVV Pro 1990 en dat dit per kruispunt kan verschillen.
Omdat de kantonrechter niet heeft gemotiveerd waarom het weggedeelte waarop de auto stond tot het kruisingsvlak moet worden gerekend, leidt dit tot een motiveringsgebrek. De Hoge Raad vernietigt daarom de bestreden beslissing en wijst de zaak terug naar de kantonrechter voor een nieuwe beoordeling, waarbij ook overwogen kan worden of de gedraging beter valt te kwalificeren als een overtreding van artikel 24, eerste lid, aanhef en onder a, RVV 1990.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis wegens motiveringsgebrek en wijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling.