ECLI:NL:HR:1997:AA3348
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Fleers
- raadsheer Pos
- raadsheer Monné
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over aftrek verhuiskosten bij tijdelijke en definitieve woning in dienstbetrekking
Belanghebbende kreeg voor 1992 een aanslag inkomstenbelasting/premievolksverzekeringen opgelegd na verhuizingen in verband met een dienstbetrekking. Hij bracht in zijn aangifte verhuiskosten in mindering die deels werden afgewezen door de Inspecteur en bevestigd door het Hof Leeuwarden. Het Hof oordeelde dat de kosten van twee fysieke verhuizingen (naar tijdelijke en definitieve woning) als één verhuizing moesten worden beschouwd, met een maximumaftrek.
De Hoge Raad bevestigt dat bij verhuizingen in verband met een dienstbetrekking de kosten van tijdelijke en definitieve verhuizing samen worden beschouwd en slechts aftrekbaar zijn tot het wettelijk maximum. Echter, de Hoge Raad vernietigt het arrest omdat het Hof niet heeft onderzocht hoe een ontvangen vergoeding van f 10.000,-- moet worden toegerekend aan de verhuizingen.
De zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling. De Staatssecretaris van Financiën wordt veroordeeld in de proceskosten en moet het griffierecht vergoeden. Dit arrest verduidelijkt de toepassing van de aftrekbeperkingen en de toerekening van vergoedingen bij meervoudige verhuizingen in het kader van dienstbetrekking.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak voor nadere beoordeling van de toerekening van de vergoeding aan de verhuizingen.