ECLI:NL:HR:1997:AA3301
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- De Moor
- Meij
- Van Vliet
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vraag over zelfstandigheid economische activiteit bij verhuur aan eigen maatschap
Belanghebbende, een agrarisch ondernemer, bracht zijn bedrijfsmiddelen in een maatschap met zijn echtgenote in en sloot een pachtovereenkomst voor een ligboxenstal met die maatschap. De Inspecteur weigerde vrijstelling van omzetbelasting toe te passen op deze verhuur, wat door het Hof werd bevestigd. De Hoge Raad overweegt dat de verhuur een economische activiteit is, maar stelt de vraag of deze activiteit als zelfstandig moet worden beschouwd wanneer verhuurder en huurder gelieerd zijn.
De Hoge Raad verwijst naar het arrest van het Hof van Justitie inzake Enkler en benadrukt dat de maatschap als belastingplichtige kan worden aangemerkt. Echter, vanwege de gelieerdheid tussen verhuurder en huurder rijst de vraag of zij als één belastingplichtige moeten worden beschouwd, wat gevolgen heeft voor de omzetbelastingheffing.
Daarom verzoekt de Hoge Raad het Hof van Justitie om een prejudiciële beslissing over de uitleg van artikel 4, lid 1, van de Zesde Richtlijn. Tot die uitspraak wordt het geding geschorst. Het arrest is vastgesteld en uitgesproken op 12 november 1997 door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het geding is geschorst en verdere beslissing aangehouden in afwachting van prejudiciële uitspraak van het Hof van Justitie.