ECLI:NL:HR:1997:AA3281
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Zuurmond
- Fleers
- Pos
- Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Vernietiging hofuitspraak inzake teruggaaf loonbelasting en voorlopige aanslag inkomstenbelasting 1992
Belanghebbende, werkzaam als ambtenaar, kreeg voor het jaar 1992 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd met een belastbaar inkomen van ƒ 45.859,-. Er werd loonbelasting en premie volksverzekeringen ingehouden op haar salaris en een voorlopige aanslag opgelegd, maar de definitieve aanslag werd vastgesteld op nihil waarbij het betaalde bedrag op de voorlopige aanslag werd verrekend.
Het Hof 's-Gravenhage vernietigde deze aanslag en stelde een terug te betalen bedrag van ƒ 632,- vast, gebaseerd op een interpretatie van artikel 64 lid 4 onder Pro a van de Wet op de inkomstenbelasting 1964. De Staatssecretaris stelde cassatie in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof een onjuiste uitleg had gegeven aan het begrip 'verschuldigde belasting' in de wet, waarbij het Hof de voorlopige aanslag ten onrechte verrekende met de definitieve aanslag. De Hoge Raad bevestigde daarom de uitspraak van de Inspecteur en vernietigde het arrest van het Hof.
De Hoge Raad bepaalde tevens dat de proceskosten niet worden toegewezen en bepaalde een terugbetaling aan de Staatssecretaris van het bedrag gestort voor de vervanging van de mondelinge uitspraak bij het Hof.
Deze uitspraak verduidelijkt de toepassing van de verrekening van voorheffingen en voorlopige aanslagen in de inkomstenbelasting en de grenzen aan teruggaaf van loonbelasting.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en bevestigt de uitspraak van de Inspecteur inzake de aanslag inkomstenbelasting 1992.