ECLI:NL:HR:1997:AA3276
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Zuurmond
- Fleers
- Pos
- Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslag inkomstenbelasting bij verkoop certificaten fiscale beleggingsinstelling
Belanghebbende was houder van certificaten van aandelen in een fiscale beleggingsinstelling (A B.V.) die haar vermogen belegde in rentespaarbrieven. Na verkoop van deze rentespaarbrieven in 1987 behaalde A B.V. een fiscale winst die volgens de jaarrekening moest worden uitgekeerd als dividend.
Belanghebbende verkocht zijn certificaten op 1 februari 1988 aan een bankinstelling, waarbij de koopsom werd vastgesteld op de intrinsieke waarde minus een korting. De bank garandeerde de uitbetaling van het dividend vóór 1 september 1988. De algemene vergadering van aandeelhouders stelde het dividend vast op 10 augustus 1988.
De Inspecteur legde een navorderingsaanslag op waarbij een deel van het dividend werd toegerekend aan belanghebbende. Het Hof bevestigde dat dit dividend belastbaar was bij belanghebbende, ondanks de verkoop vóór de formele vaststelling van het dividend.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht een uitzondering maakte op de hoofdregel dat dividendverwachting bij verkoop vóór vaststelling geen belastbare inkomsten oplevert. De omstandigheden, waaronder de vaststelling van de jaarrekening, de koopovereenkomst en de bankgarantie, gaven voldoende zekerheid over het dividendbedrag. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de navorderingsaanslag op het dividend.