ECLI:NL:HR:1997:AA3270
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- Meij
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt weigering vrijstelling belasting personenauto met buitenlands kenteken
Belanghebbende, woonachtig in Nederland en statutair zaakvoerder van een Belgische vennootschap, gebruikte een in België geregistreerde personenauto die hem door de vennootschap ter beschikking was gesteld. De Inspecteur weigerde vrijstelling van belasting op grond van de Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 en het Uitvoeringsbesluit, waarna belanghebbende bezwaar maakte en in beroep ging bij het Hof.
Het geschil betrof de vraag of het gelijkheidsbeginsel uit artikel 26 van Pro het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR) vereiste dat belanghebbende dezelfde ruime vrijstelling zou krijgen als werknemers die geen invloed kunnen uitoefenen op de registratieplaats van de auto. Het Hof oordeelde dat er geen sprake was van gelijke gevallen en dat de verschillende vrijstellingen rechtmatig waren.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en overwoog dat het onderscheid tussen personen die wel of geen invloed hebben op de registratie van de personenauto gerechtvaardigd is, mede gelet op de redelijkheid en billijkheid die de wetgever voor ogen had. Het beroep in cassatie werd verworpen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de weigering van de ruime vrijstelling van belasting voor de met buitenlands kenteken geregistreerde personenauto.