ECLI:NL:HR:1997:AA3263
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Van Vliet
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt belastingheffing over paardverzorgingsdiensten ondanks gedeeltelijke verhuur
Belanghebbende exploiteert een landbouw- en manegebedrijf en heeft omzetbelasting voldaan over het eerste kwartaal van 1989. Zij maakte bezwaar tegen de aanslag omdat een deel van de geleverde diensten vrijgesteld zou zijn. De Inspecteur weigerde teruggaaf.
Na een eerdere vernietiging door de Hoge Raad werd de zaak opnieuw behandeld door het Gerechtshof Amsterdam, dat de Inspecteursuitspraak bevestigde. Belanghebbende stelde dat 35% van de prijs betrekking had op de verhuur van een vaste box en 15% op het gebruik van de rijhal, welke vrijgesteld zouden zijn.
Het Hof oordeelde echter dat de terbeschikkingstelling van de rijhal geen verhuur van onroerende zaken is, maar een dienst betreft van gelegenheid geven tot paardrijden. De gehele prestatie, afgezien van de boxverhuur, vormt een onsplitsbaar geheel van paardverzorging en is belastbaar tegen het normale tarief. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dit oordeel.
De Hoge Raad achtte geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en sprak het arrest uit op 8 oktober 1997.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de totale prestatie belastbaar is tegen het normale tarief.