ECLI:NL:HR:1997:AA3261
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Pos
- raadsheer Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Vernietiging hofuitspraak over successierecht ongevallenverzekering en verwijzing naar nieuw hof
Belanghebbenden ontvingen een uitkering uit een collectieve ongevallenverzekering na het overlijden van erflater in een ongeval op 7 juni 1992. De Inspecteur legde successierechten op over een verkrijging van ƒ168.026, welke aanslagen na bezwaar werden gehandhaafd. Het hof Arnhem vernietigde deze aanslagen en stelde de verkrijging vast op ƒ109.523.
De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat de ongevallenverzekering niet voortvloeide uit een bij of naar aanleiding van de arbeidsovereenkomst gemaakte toezegging. Uit het 'Regelingenboek' bleek immers dat de verzekering onderdeel was van de arbeidsvoorwaarden, wat betekent dat iets aan het vermogen van de erflater is onttrokken in de zin van artikel 13 Successiewet Pro 1956.
Verder overwoog de Hoge Raad dat deze uitkering loon uit een dienstbetrekking vormt, waardoor bij samenloop van inkomstenbelasting en successierecht heffing van successierecht achterwege moet blijven. Omdat het hof hierover niets had beslist, verwees de Hoge Raad de zaak naar het hof 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling en beslissing.
De Hoge Raad wees tevens af om proceskosten toe te wijzen en bepaalde dat het bedrag betaald voor vervanging van de mondelinge uitspraak wordt teruggegeven.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof Arnhem en verwijst de zaak naar het hof 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling.