ECLI:NL:HR:1997:AA3254
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Putt-Lauwers
- Meij
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtsgeldigheid compromis bij aanslag inkomstenbelasting 1989
Belanghebbende was voor het jaar 1989 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ 40.359. Tegen deze aanslag maakte belanghebbende bezwaar, maar werd niet-ontvankelijk verklaard door de Inspecteur. Het Gerechtshof Amsterdam vernietigde deze niet-ontvankelijkheidsverklaring, verklaarde belanghebbende ontvankelijk en handhaafde de aanslag.
Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in tegen het hofarrest, met vijf middelen. De Hoge Raad oordeelde dat partijen een rechtsgeldig compromis hadden gesloten over de aanslag, waaraan zij gebonden zijn. De Inspecteur mocht erop vertrouwen dat de toenmalige gemachtigde bevoegd was het compromis te sluiten, ook al stelde belanghebbende later dat hij geen toestemming had gegeven.
De middelen van cassatie faalden omdat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had en de feitelijke waarderingen niet in cassatie getoetst kunnen worden. De Hoge Raad achtte geen grond voor proceskostenveroordeling en wees het beroep af. Het arrest werd op 26 februari 1997 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofarrest blijft in stand.