ECLI:NL:HR:1997:AA3251
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Fleers
- raadsheer Pos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt heffing reclamebelasting op aanduiding PTT Telecom op telefooncellen
In deze zaak is aan PTT Telecom B.V. voor het jaar 1992 een aanslag reclamebelasting opgelegd door de gemeente Rotterdam wegens de aanduiding 'ptt telecom' op openbare telefooncellen. Na bezwaar en beroep bij het Hof te 's-Gravenhage werd de aanslag gehandhaafd. PTT Telecom stelde in cassatie dat de aanduiding gelijkgesteld moest worden aan de vrijgestelde aanduiding 'ANWB' op verkeersborden, en dat de heffing in strijd was met het gelijkheidsbeginsel.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof terecht heeft vastgesteld dat de aanduiding 'ptt telecom' een openbare aankondiging is in de zin van de gemeentelijke verordening en de Gemeentewet, en dat deze niet valt onder de vrijstelling die geldt voor openbare aankondigingen die uitsluitend een openbaar belang dienen, zoals die van de ANWB op verkeersborden. Het gelijkheidsbeginsel wordt niet geschonden omdat de gevallen niet als gelijk kunnen worden beschouwd.
De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt daarmee de heffing van reclamebelasting. Er worden geen proceskosten aan de zijde van PTT Telecom toegekend. Het arrest is op 8 januari 1997 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de heffing van reclamebelasting op de aanduiding 'ptt telecom'.