ECLI:NL:HR:1997:AA3238
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Urlings
- Fleers
- Pos
- Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belastingheffing op commissarisbeloning via management-BV
Belanghebbende, werkzaam bij een bank en tevens commissaris bij een verzekeringsmaatschappij, ontving in 1989 een bedrag van ƒ 9.333,34 voor zijn commissariaat. Dit bedrag werd betaald aan zijn management-BV, waarin hij zijn adviserende activiteiten uitoefende. De Inspecteur handhaafde de aanslag inkomstenbelasting over dit bedrag, en het Gerechtshof bevestigde deze beslissing.
Belanghebbende stelde in cassatie dat de betaling aan de management-BV niet als loon aan hemzelf kon worden beschouwd. De Hoge Raad oordeelde echter dat het commissariaat een dienstbetrekking vormt op grond van artikel 3 lid 1 letter Pro h van de Wet op de loonbelasting 1964, en dat de beloning als loon uit dienstbetrekking moet worden belast, ook wanneer deze via de management-BV is ontvangen.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de aanslag terecht was opgelegd. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd. Hiermee is de belastingheffing op de commissarisbeloning definitief vastgesteld.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de commissarisbeloning als loon uit dienstbetrekking belast moet worden.