ECLI:NL:HR:1997:AA3228
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Pos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing belastingaanslag 1989 wegens onjuiste waardering onverdeeld aandeel grond
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1989 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van ƒ 274.833,--. Na bezwaar en beroep bij het Hof Arnhem werd de aanslag gehandhaafd. De zaak kwam vervolgens bij de Hoge Raad in cassatie.
De kern van het geschil betrof de waardering van een onverdeeld aandeel van belanghebbende in een stuk industrieterrein, dat hij samen met twee andere directeuren en de vennootschap bezat. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof ten onrechte had aangenomen dat het bezit van een onverdeeld aandeel automatisch een waardedrukkende werking had, zonder voldoende motivering over een voorkeursrecht of andere beperkingen.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof Arnhem en verwees de zaak naar het Hof 's-Hertogenbosch voor een volledige herbeoordeling, met inachtneming van de motieven uit het arrest. Tevens werd bepaald dat de Staatssecretaris van Financiën het griffierecht van belanghebbende vergoedt en werd de Staat veroordeeld in de helft van de proceskosten voor rechtsbijstand.
Uitkomst: Het arrest van het Hof Arnhem wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het Hof 's-Hertogenbosch voor volledige herbeoordeling.