ECLI:NL:HR:1997:AA3186
Hoge Raad
- Cassatie
- Van der Linde
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers Van Brunschot
- Meij
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat prestaties zonder economisch belang niet in economisch verkeer zijn verricht
Belanghebbende, een besloten vennootschap, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de periode 1990-1992. Na bezwaar en beroep stelde het hof de naheffingsaanslag ambtshalve verminderd vast. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad bevestigde dat de prestaties van belanghebbende, zoals het geven van gelegenheid tot bezichtiging van een collectie, het uitlenen van werken en subsidiëren van publicaties, niet werden verricht met enig economisch belang voor zichzelf. Hierdoor werden deze prestaties niet als verricht in het economisch verkeer aangemerkt, wat betekent dat belanghebbende niet als ondernemer in de zin van de omzetbelasting handelde.
Het cassatiemiddel dat economische belangen van derden meegewogen moesten worden, faalde. Ook het verzoek om getuigen te horen werd verworpen omdat het hof uitging van de juistheid van de feiten zoals gesteld. De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en veroordeelde de Inspecteur niet in proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de prestaties niet in het economisch verkeer waren verricht, waardoor geen ondernemerschap bestond.