ECLI:NL:HR:1997:AA2252
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Meij
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt winstuit onderneming van schadevergoeding na wanprestatie aannemer
Belanghebbende exploiteert een groothandel in bakkerijgrondstoffen en had een pand dat in 1985 van zijn ondernemingsvermogen naar privévermogen werd overgebracht, wat leidde tot een verlies. De aannemer B had het pand gerenoveerd maar stopte de werkzaamheden zonder behoorlijke oplevering. Na diverse juridische stappen werd B in 1990 veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding aan belanghebbende.
Het geschil betrof of deze ontvangen schadevergoeding, verminderd met juridische kosten, als winst uit onderneming moest worden beschouwd. Het Hof oordeelde dat het niet redelijk was om de vordering naar privévermogen over te brengen omdat het bestaan en beloop van de vordering in 1985 onzeker was.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep. Er waren geen gronden voor proceskostenveroordeling. Het arrest werd op 29 augustus 1997 uitgesproken door de Hoge Raad.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de schadevergoeding als winst uit onderneming moet worden aangemerkt.