ECLI:NL:HR:1997:AA2222
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Fleers
- raadsheer Pos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen bouwgrondbelasting aanslagvermindering
Belanghebbende kreeg een aanslag bouwgrondbelasting opgelegd door de gemeente Ermelo. Hij verzocht om heffing van de belasting in jaarlijkse termijnen in plaats van een eenmalige betaling. De gemeente stemde hiermee in en verminderde de aanslag aanzienlijk. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze beschikking, maar werd door het Hof niet-ontvankelijk verklaard in dat bezwaar.
Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen deze beslissing. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht had geoordeeld dat de beschikking op bezwaar als bedoeld in artikel 25 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen kon worden aangemerkt en dat belanghebbende daarom niet ontvankelijk was in zijn bezwaar.
Verder verwierp de Hoge Raad de stelling dat de gemeente pas na onherroepelijkheid van de basisaanslag op het verzoek tot gespreide heffing mocht beslissen. De wet en verordening staan toe dat de aanslag direct wordt verminderd en dat tegen latere aanslagen bezwaar en beroep openstaan.
De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de niet-ontvankelijkheid van belanghebbende in zijn bezwaar tegen de aanslagvermindering.