ECLI:NL:HR:1997:AA2200
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- Van Brunschot
- Meij
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over aftrek woongedeelte boerderij in landbouwmaatschap
Belanghebbende, die samen met zijn vader een landbouwmaatschap voert, kreeg voor het jaar 1992 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ 51.206,--. De Inspecteur handhaafde deze aanslag na bezwaar en het Hof bevestigde dit in beroep. De discussie betrof de fiscale behandeling van de pachtsom en afschrijvingen die betrekking hadden op het woongedeelte van een boerderij dat door belanghebbende werd bewoond.
Het Hof stelde het voordeel van het woongedeelte vast op 70% van ƒ 6.360,--, zijnde ƒ 4.452,--, en rekende dit als belastbaar voordeel. Belanghebbende stelde dat de kosten die verband houden met het woongedeelte, waaronder een deel van de pachtsom en afschrijvingen op verbouwingskosten, niet ten laste van de winst mochten worden gebracht omdat deze privé-uitgaven betroffen.
De Hoge Raad oordeelde dat de kosten die betrekking hebben op het woongedeelte van de boerderij niet als bedrijfskosten mogen worden afgetrokken. Deze uitgaven zijn privé en mogen niet ten laste van de winst worden gebracht. De Hoge Raad stelde het aandeel van belanghebbende in deze kosten vast op 70% van het totaalbedrag van ƒ 4.594,--, zijnde ƒ 3.215,80, en vernietigde het arrest van het Hof en de uitspraak van de Inspecteur. De aanslag werd verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 50.093,--.
Daarnaast veroordeelde de Hoge Raad de Staatssecretaris van Financiën tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende, waaronder griffierechten en kosten van rechtsbijstand, en wees de Staat aan als de partij die de kosten van het Hof moet vergoeden.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof, vermindert de aanslag en wijst proceskosten toe aan belanghebbende.