ECLI:NL:HR:1997:AA2179
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Fleers
- raadsheer Pos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen onroerendheid van inventaris bij pluimveebedrijf voor overdrachtsbelasting
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting opgelegd voor de verkrijging van een onroerende zaak, waaronder ook de inventaris bestond uit legbatterijen, transportbanden en eierpakinstallatie. Na bezwaar en beroep vernietigde het Hof de aanslag en beperkte deze tot een lager bedrag.
De kern van het geschil betrof de vraag of de inventaris onroerend was door bestemming volgens artikel 563 BW Pro (oud). Het Hof oordeelde dat de inventaris niet zodanig met de bedrijfsgebouwen verbonden was dat sprake was van onroerendheid, mede omdat de gebouwen niet specifiek waren afgestemd op de inventaris en ook andere gebruiksmogelijkheden hadden.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep van de Staatssecretaris. De Hoge Raad stelde vast dat het ontbreken van een bijzondere band tussen de inventaris en de bedrijfsgebouwen voor toepassing van artikel 563 BW Pro (oud) correct was vastgesteld en dat dit oordeel niet in cassatie kon worden herzien.
De Hoge Raad legde geen proceskostenveroordeling op en bepaalde een recht van ƒ 300,-- ten laste van de Staatssecretaris van Financiën.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën wordt verworpen en de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting verminderd bevestigd.