ECLI:NL:HR:1997:AA2166
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- Van Brunschot
- Meij
- Rechtspraak.nl
Vertrouwensbeginsel verhindert navorderingsaanslag na ruilverkavelingsonderzoek
Belanghebbende, lid van een maatschap, bracht rente in verband met een ruilverkaveling ten laste van het belastbare inkomen, terwijl een deel daarvan aan de verkrijgingsprijs van gronden toegerekend diende te worden. Na een deelonderzoek in 1992 werd in 1994 een navorderingsaanslag opgelegd waarin dit verschil werd gecorrigeerd.
Het Hof oordeelde dat ondanks het ontbreken van ambtelijk verzuim bij de Inspecteur, het vertrouwensbeginsel van belanghebbende was geschonden doordat de beperkte strekking van het deelonderzoek niet duidelijk was gecommuniceerd. Hierdoor mocht belanghebbende erop vertrouwen dat de Inspecteur de fiscale verwerking van de rente had aanvaard.
De Staatssecretaris stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak, stellende dat het Hof onjuist had geoordeeld. De Hoge Raad verwierp dit beroep, bevestigde het oordeel van het Hof en stelde dat het vertrouwensbeginsel in dit geval de oplegging van de navorderingsaanslag in de weg staat.
Daarnaast werd het beroep van de Staatssecretaris in cassatie afgewezen wegens onvoldoende motivering en werd de Staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van rechtszekerheid en het vertrouwensbeginsel in het belastingrecht, met name bij navorderingsaanslagen na deelonderzoeken.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt verworpen en de uitspraak van het Hof wordt bevestigd dat het vertrouwensbeginsel de navorderingsaanslag in de weg staat.