ECLI:NL:HR:1997:AA2153

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 juni 1997
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
32158
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • R.J.J. Jansen
  • Van der Linde
  • Bellaart
  • De Moor
  • Van Brunschot
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 25 Algemene wet inzake rijksbelastingen (oud)Art. 26 Algemene wet inzake rijksbelastingen (oud)Art. 5a Wet administratieve rechtsspraak belastingzaken
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid weigering Inspecteur uitspraak op ingetrokken bezwaar vennootschapsbelasting

Belanghebbende, een besloten vennootschap, had voor het jaar 1981 een aanslag vennootschapsbelasting ontvangen. Zij maakte bezwaar tegen deze aanslag, maar trok dit bezwaar vervolgens in. Later herroept zij deze intrekking en verzoekt de Inspecteur alsnog uitspraak te doen op het bezwaar. De Inspecteur weigert dit schriftelijk.

Belanghebbende gaat in beroep bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage tegen deze schriftelijke weigering, maar het Hof verklaart het beroep ongegrond. Vervolgens stelt belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad overweegt dat, ongeacht de ontvankelijkheid van het beroep bij het Hof, de Inspecteur terecht heeft geweigerd alsnog uitspraak te doen op het ingetrokken bezwaar. Het beroep van belanghebbende kan daarom niet tot cassatie leiden. De Hoge Raad verwerpt het beroep en ziet geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de Inspecteur terecht weigert uitspraak te doen op het ingetrokken bezwaar.

Uitspraak

gewezen op het beroep in cassatie van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid X B.V. te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 23 februari 1996 betreffende na te melden schriftelijke weigering van de Inspecteur.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof Aan belanghebbende is voor het jaar 1981 een aanslag in de vennootschapsbelasting opgelegd naar een belastbaar bedrag van ƒ 5.677.840,--. Het tegen deze aanslag gemaakte bezwaar is door belanghebbende ingetrokken. Belanghebbende heeft deze intrekking herroepen en de Inspecteur verzocht alsnog uitspraak te doen op het bezwaar. De Inspecteur heeft schriftelijk geweigerd hieraan te voldoen. Belanghebbende is van die schriftelijke weigering in beroep gekomen bij het Hof, dat het beroep ongegrond heeft verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De Staatssecretaris van Financiën heeft bij vertoogschrift het cassatieberoep bestreden.
3. Beoordeling van de middelen van cassatie Daargelaten of het beroep voor het Hof tegen de weigering van de Inspecteur om uitspraak op het - ingetrokken - bezwaar te doen, ontvankelijk was, heeft de Inspecteur terecht geweigerd alsnog een uitspraak te doen op het ingetrokken bezwaar. Het Hof heeft derhalve - wat er zij van de door het Hof aan zijn beslissing ten grondslag gelegde overwegingen - terecht het beroep ongegrond verklaard. De middelen kunnen mitsdien niet tot cassatie leiden.
4. Proceskosten De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtsraak belastingzaken.
5. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is op 11 juni 1997 vastgesteld door de vice-president R.J.J. Jansen als voorzitter, en de raadsheren Van der Linde, Bellaart, De Moor en Van Brunschot, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Van Hooff, en op die datum in het openbaar uitgesproken.