ECLI:NL:HR:1997:AA2152
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- De Moor
- Van Brunschot
- Meij
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid naheffingsaanslag omzetbelasting bij ketentransacties met intracommunautaire levering
De zaak betreft een cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën tegen een uitspraak van het Hof Amsterdam die een naheffingsaanslag omzetbelasting aan belanghebbende, een groothandel in a-producten, vernietigde. De naheffingsaanslag was opgelegd omdat G B.V., een leverancier, de door haar in rekening gebrachte omzetbelasting niet had afgedragen, terwijl belanghebbende deze belasting in aftrek had gebracht.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende geen belastingvoordeel had genoten, omdat zij niet meer omzetbelasting in aftrek had gebracht dan zij aan G B.V. had betaald, en dat de leveringen van G B.V. aan belanghebbende als in Nederland verricht moesten worden aangemerkt. De Staatssecretaris stelde onder meer dat sprake was van fraus legis en dat de leveringen niet in Nederland belastbaar waren.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat het Hof terecht had geoordeeld dat geen sprake was van fraus legis, dat de leveringen van G B.V. aan belanghebbende belastbaar waren in Nederland en dat het vervoer van de goederen door of voor rekening van de buitenlandse leverancier was verricht. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat het Hof zich terecht had aangesloten bij het gemeenschappelijk uitgangspunt van partijen omtrent de eigendomsoverdracht.
De Hoge Raad concludeerde dat het commerciële voordeel dat belanghebbende mogelijk had genoten door lagere inkoopprijzen niet gelijkstaat aan een fiscaal voordeel en dat wetsontduiking en wetsschennis elkaar uitsluiten, waardoor het beroep faalde.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de naheffingsaanslag omzetbelasting terecht is opgelegd aan belanghebbende.