ECLI:NL:HR:1997:AA2142
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Meij
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over aftrekbaarheid van voedselkosten bij geneesmiddelenonderzoek
Belanghebbende, een besloten vennootschap, voerde in opdracht van farmaceutische bedrijven geneesmiddelenonderzoek uit op gezonde proefpersonen die tijdens hun verblijf in de kliniek een strikt voorgeschreven dieet moesten volgen. Voor het jaar 1989 werd een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd, waarbij de aftrek van de gemaakte voedselkosten ter discussie stond.
De Inspecteur handhaafde de aanslag na bezwaar, en het Gerechtshof Leeuwarden bevestigde dit oordeel. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De kern van het geschil betrof de vraag of de uitzondering op de aftrekbeperking van artikel 8a, lid 3, Wet op de inkomstenbelasting 1964 (in samenhang met artikel 8, lid 1, Wet op de vennootschapsbelasting 1969) van toepassing was, omdat de onderneming niet direct gericht zou zijn op diensten in verband met voedsel en drank.
De Hoge Raad oordeelde dat hoewel de voeding een essentieel onderdeel is van de onderzoeksdiensten, de onderneming van belanghebbende niet direct is gericht op het verrichten van diensten in verband met voedsel en drank, maar op het testen van geneesmiddelen. Daarom kan de uitzondering op de aftrekbeperking niet worden toegepast. De aanslag werd verminderd met het bedrag van de onterecht in aftrek gebrachte kosten. Tevens werden proceskosten toegewezen aan belanghebbende.
Deze uitspraak verduidelijkt de strikte uitleg van de uitzondering op de aftrekbeperking voor voedselkosten en benadrukt dat directe gerichtheid op diensten in verband met voedsel en drank vereist is, niet slechts een indirect verband via de kostprijs.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en vermindert de aanslag vennootschapsbelasting door de aftrek van voedselkosten te beperken.