ECLI:NL:HR:1997:AA2121
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afboeking boekwinst op vruchtgebruik in vennootschapsbelasting 1991
Belanghebbende, een besloten vennootschap, bezat sinds 1977 een appartementsrecht op een winkelcentrum en verwierf in 1987 het zakelijk recht van vruchtgebruik op woonhuizen. In 1991 werd het winkelcentrum verkocht, waarbij een boekwinst werd behaald. De vraag was of deze boekwinst mocht worden afgebroken op de koopprijs van het vruchtgebruik.
Het Hof oordeelde dat het recht van vruchtgebruik een onlichamelijke zaak is die ter belegging wordt gehouden en daarom niet tot de bedrijfsmiddelen behoort op grond van artikel 14, lid 3, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Hierdoor was afboeking van de boekwinst niet toegestaan.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep van belanghebbende. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat geen proceskostenveroordeling op grond van artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken aan de orde was.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat afboeking van boekwinst op het recht van vruchtgebruik niet is toegestaan.