ECLI:NL:HR:1997:AA2119
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Meij
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt handhaving aanslag inkomstenbelasting 1992 ondanks niet-ontvankelijkheid bezwaar
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1992 een ambtshalve aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd met een belastbaar inkomen van 50.000 gulden en een verhoging van 5% wegens niet tijdige aangifte.
Het bezwaar tegen deze aanslag werd door de inspecteur niet-ontvankelijk verklaard. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof Amsterdam, dat de niet-ontvankelijkheid vernietigde maar de aanslag en de verhoging handhaafde.
Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad, die het beroep verwierp omdat de klacht niet tot cassatie kon leiden en geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatte.
De Hoge Raad achtte ook geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten. Het arrest werd op 23 april 1997 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de handhaving van de aanslag inkomstenbelasting 1992.