ECLI:NL:HR:1997:AA2112
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitsluiting investeringsaftrek voor personenauto niet bestemd voor beroepsvervoer
Belanghebbende, een freelance cameraman, had voor het jaar 1992 een aanslag inkomstenbelasting ontvangen op basis van een belastbaar inkomen van ƒ 124.241,--. Hij maakte bezwaar tegen de aanslag, maar dit werd door de Inspecteur en het Gerechtshof bevestigd. De kwestie betrof de investeringsaftrek voor een personenauto die belanghebbende gebruikte voor vervoer van personeel en apparatuur.
De Hoge Raad oordeelde dat de auto niet bestemd was voor beroepsvervoer over de weg, zoals bedoeld in artikel 11, lid 5, aanhef en onder f, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Het gebruik van de auto was ondergeschikt aan de dienstverlening en het vervoer was niet het voorwerp van de dienstverlening.
De klachten tegen dit oordeel faalden, en de Hoge Raad zag geen aanleiding voor nadere motivering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het beroep in cassatie werd verworpen en het arrest op 19 maart 1997 uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de aanslag wordt bevestigd.