ECLI:NL:HR:1997:AA2097
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over ondernemerschap echtgenote in maatschap tandartsenpraktijk
Belanghebbende, een tandarts, en zijn echtgenote, een gediplomeerd verpleegkundige, richtten in 1990 een maatschap op voor hun gezamenlijke tandartsenpraktijk. De vraag was of de echtgenote als ondernemer in de zin van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 moest worden aangemerkt, zodat haar winstaandeel bij de winstberekening kon worden betrokken.
Het Hof Arnhem oordeelde dat de echtgenote niet aan de voorwaarden voor ondernemerschap voldeed, omdat haar werkzaamheden vooral ondersteunend waren en de winstverdeling niet op zakelijke gronden was gebaseerd. De Hoge Raad stelde echter dat de aard van de werkzaamheden niet doorslaggevend is voor het ondernemerschap en dat het Hof onvoldoende had gemotiveerd of de winstverdeling zakelijk was.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het Hof en verwees de zaak naar het Hof 's-Hertogenbosch voor nader onderzoek naar welk deel van de winst aan de echtgenote als onttrekking aan de winst van belanghebbende moet worden aangemerkt. Tevens werd beslist over de proceskosten in cassatie.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest Hof en verwijst zaak voor nader onderzoek naar Hof 's-Hertogenbosch.