ECLI:NL:HR:1997:AA2089
Hoge Raad
- Cassatie
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Meij
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt naheffingsaanslag omzetbelasting bij verkoop veehoudersbedrijf en melkquotum
Belanghebbende exploiteerde een veehoudersbedrijf en handelde tevens in onroerend goed. Na aankoop van een veehoudersbedrijf met bijbehorende activa, waaronder een melkquotum, volgde verkoop van diverse onderdelen, waaronder de veestapel, inventaris, ladewagen, boerderij, weiland en melkquotum. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op, welke na bezwaar en beroep door het hof werd bevestigd.
Het hof oordeelde dat de bepalingen van artikel 27 lid 1 en Pro artikel 31 van Pro de Wet op de omzetbelasting 1968 niet van toepassing waren op de in geschil zijnde leveringen en diensten. Het cassatieberoep richtte zich onder meer tegen het niet behandelen van het beroep op vertrouwen op een Resolutie inzake overdracht melkquotum, en tegen de kwalificatie van de overdracht van onroerend goed en melkquotum als geen overdracht van een algemeenheid van goederen.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat het melkquotum niet tot de normale uitrusting van het veehoudersbedrijf behoorde en dat de activiteiten in onroerend goed niet als veehouderijactiviteiten konden worden aangemerkt. Ook oordeelde de Hoge Raad dat de activa niet als een samenhangend geheel met behoud van door gezamenlijke bestemming bepaalde samenhang waren overgedragen, zodat geen sprake was van overdracht van een onderneming of algemeenheid van goederen.
De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en zag geen aanleiding tot veroordeling in proceskosten. Het arrest werd op 12 februari 1997 in het openbaar uitgesproken door de raadsheren Van der Linde, Bellaart, De Moor, Van der Putt-Lauwers en Meij.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de naheffingsaanslag omzetbelasting.