ECLI:NL:HR:1997:AA2078
Hoge Raad
- Cassatie
- Van der Linde
- De Moor
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat onderhoudswerkzaamheden als zelfstandige dienst in omzetbelasting gelden
Belanghebbende huurde een kantine van een tenniscomplex en was daarnaast verplicht onderhoudswerkzaamheden aan het gehele complex uit te voeren. Hiervoor ontving hij een jaarlijkse bijdrage van de verhuurder. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op die na bezwaar en beroep door het Hof werd bevestigd.
De Hoge Raad oordeelde dat de onderhoudswerkzaamheden als zelfstandige diensten ten behoeve van de verhuurder moeten worden gezien en dat er een rechtstreeks verband bestaat tussen deze diensten en de vergoeding. De stelling dat deze werkzaamheden onderdeel zijn van de huurprestatie en dat er geen rechtstreeks verband is, werd verworpen.
Het cassatieberoep faalde omdat het Hof de feiten en de overeenkomst juist had uitgelegd en de toepasselijke wetsartikelen correct had toegepast. De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het oordeel van het Hof bevestigd dat de onderhoudswerkzaamheden als zelfstandige dienst in de omzetbelasting gelden.