ECLI:NL:HR:1997:AA2074
Hoge Raad
- Cassatie
- Van der Linde
- Bellaart
- Van Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Meij
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag inkomstenbelasting wegens onterecht berekende desinvesteringsbetaling
Belanghebbende, een ondernemer in detailhandel, kreeg voor 1989 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd met een desinvesteringsbetaling over een huurrecht van een winkelpand. Dit huurrecht was in 1986 verkregen door betaling aan de vorige huurder. In 1988 kochten belanghebbende en zijn vennoot het appartementsrecht van het pand van de gemeente, waardoor het huurrecht kwam te vervallen.
De Inspecteur rekende de desinvesteringsbetaling toe aan de vervreemding van het huurrecht in 1989, terwijl het hof dit bevestigde. Belanghebbende stelde in cassatie dat op het moment van vervreemding in 1989 het huurrecht niet meer bestond, omdat het was opgegaan in het appartementsrecht.
De Hoge Raad oordeelde dat de desinvesteringsbetaling niet verschuldigd was bij de vervreemding van het appartementsrecht, omdat het huurrecht in 1988 was opgehouden te bestaan. De aanslag werd daarom verminderd. Tevens werden proceskosten aan belanghebbende toegekend.
De uitspraak benadrukt het belang van een juiste toerekening van desinvesteringsbetalingen aan het juiste recht en bevestigt dat het huurrecht en het appartementsrecht als onderscheiden rechten moeten worden behandeld.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en vermindert de aanslag door onterecht berekende desinvesteringsbetaling over het huurrecht.