ECLI:NL:HR:1997:AA2070
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Zuurmond
- Fleers
- Pos
- Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt heffing verbruiksbelasting op verwarmde vloeibare reststoffen als brandstof
X B.V. deed aangifte voor verbruiksbelasting op vloeibare brandstoffen over november 1992. De Inspecteur verklaarde het bezwaar tegen het aanslagbedrag ongegrond, en het Hof bevestigde deze uitspraak. X B.V. stelde cassatieberoep in tegen het Hofarrest.
De zaak betrof de vraag of de door X B.V. verbruikte reststoffen Teer-1 en Teer-2, die alleen in verwarmde toestand vloeibaar zijn en worden verbrand in een oven, als brandstof in de zin van artikel 61c van de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne (Wabm) moeten worden aangemerkt. Het Hof oordeelde dat deze stoffen voldoen aan de definitie van brandstof, ongeacht dat zij alleen vloeibaar zijn bij hoge temperatuur, en verwierp het standpunt dat de belasting alleen op fossiele brandstoffen ziet.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof dat de definitie van brandstof ruim moet worden uitgelegd en dat het feit dat de reststoffen verwarmd moeten worden om vloeibaar te blijven niet uitsluit dat zij onder de verbruiksbelasting vallen. De overige middelen van cassatie werden verworpen zonder nadere motivering. De Hoge Raad wees proceskostenveroordeling af en wees het beroep af.
Uitkomst: Het cassatieberoep van X B.V. wordt verworpen en de verbruiksbelasting op de verwarmde vloeibare reststoffen wordt bevestigd.