ECLI:NL:HR:1996:AA2047
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- Rechtspraak.nl
Vennootschapsbelasting en voorziening voor saneringskosten vervuilde bedrijfslocatie
X B.V., exploitant van een garage en benzinestation, had een bodemverontreiniging op haar bedrijfsterrein met minerale olie, vluchtige aromaten en lood. De Inspecteur had de aanslag vennootschapsbelasting 1984 verminderd naar een belastbaar bedrag van ƒ 16.310, waarbij een voorziening voor saneringskosten werd betwist.
Het geschil betrof de vraag of X B.V. een voorziening mocht vormen voor saneringskosten op de balansdatum 31 december 1987. Het Hof oordeelde dat er wel een bestaande rechtsverhouding was die tot een verplichting kon leiden, maar dat er op die datum onvoldoende kans bestond dat deze verplichting daadwerkelijk zou ontstaan. Dit mede omdat het bedrijfsterrein niet in het provinciale saneringsprogramma voorkwam, geen aansprakelijkstelling was gedaan en branche-initiatieven de sanering anders beoogden te realiseren.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst het cassatieberoep af. De Raad stelt dat het oordeel van het Hof feitelijk is en niet onbegrijpelijk, en dat de middelen die betogen dat het Hof onjuiste feiten heeft betrokken, falen. De Hoge Raad ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het cassatieberoep van X B.V. wordt verworpen; geen voorziening voor saneringskosten op balansdatum 31 december 1987 toegestaan.