ECLI:NL:HR:1996:AA2044
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat financieringskosten niet tot leasevergoeding behoren bij renteloze lening
Belanghebbende, een leasemaatschappij, stelde in 1986 auto's ter beschikking aan stichting A via een lease-overeenkomst waarbij A een renteloze lening verstrekte voor de aanschaf van de auto's. De leaseprijs omvatte geen financieringskosten, verzekeringspremies of motorrijtuigenbelasting. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op door een opslag op het leningbedrag te belasten.
Het Gerechtshof Amsterdam vernietigde deze aanslag omdat partijen in de leaseovereenkomst hadden afgesproken dat bepaalde kosten, waaronder financieringslasten, niet door belanghebbende werden gedragen en dus niet aan A konden worden doorberekend. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en oordeelde dat de financieringskosten niet tot de vergoeding voor de dienst van belanghebbende behoren, ook niet als A deze kosten draagt via een renteloze lening.
De Hoge Raad wees het cassatieberoep van de Staatssecretaris af en veroordeelde hem tot betaling van de proceskosten van belanghebbende. Hiermee werd bevestigd dat de leaseprijs niet verplicht financieringskosten hoeft te bevatten indien partijen dit zo zijn overeengekomen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt verworpen en de naheffingsaanslag omzetbelasting vernietigd.