ECLI:NL:HR:1996:AA2018
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Beoordeling termijnverlenging ingebruikneming bedrijfsmiddelen in vennootschapsbelasting
X B.V. kreeg voor het jaar 1988 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd met desinvesteringsbetalingen en heffingsrente. De aanslag werd na bezwaar verminderd maar bleef ongewijzigd in hoger beroep bij het Hof.
De kern van het geschil betrof de vraag of de Staatssecretaris terecht de termijn voor ingebruikneming van bedrijfsmiddelen niet had verlengd, waardoor desinvesteringsbetalingen aan de orde waren. X B.V. had verzocht om verlenging omdat de kantoorpanden pas in 1990 in gebruik werden genomen, terwijl de wettelijke termijn zes jaar bedroeg.
Het Hof oordeelde dat het beleid van de Staatssecretaris, gebaseerd op artikel 61b lid 9 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, rechtmatig was en dat er geen sprake was van overmacht of een bijzondere situatie die verlenging rechtvaardigde. Tevens werd het beroep op het vertrouwensbeginsel afgewezen.
De Hoge Raad bevestigde dat het beleid niet aan de belastingrechter ter toetsing staat, dat het niet willekeurig of onredelijk is, en dat het beroep van X B.V. faalt. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en het arrest van het Hof bekrachtigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van X B.V. wordt verworpen en het hofarrest bevestigd.