ECLI:NL:HR:1996:AA2009
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting wegens onduidelijkheid FH-kenteken
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting opgelegd voor het tijdvak 1 september 1991 tot en met 31 augustus 1992, omdat op 26 augustus 1992 werd vastgesteld dat het motorrijtuig zonder vooraf betaalde belasting werd gebruikt. Belanghebbende voerde aan dat het voertuig ter reparatie was en voorzien was van een geldig FH-kenteken achter de voorruit, maar niet op de voorgeschreven plaats.
De Inspecteur stelde dat het kenteken niet op de juiste wijze werd gevoerd en dat het ondoenlijk was om bij controle te verifiëren of een FH-kenteken op een andere wijze werd aangebracht. Het hof volgde dit standpunt en oordeelde dat het risico van het niet correct aanbrengen van het kenteken bij de houder ligt.
De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het standpunt van belanghebbende niet kon worden aangenomen, omdat het hof de juistheid van het feit dat het kenteken op een andere wijze werd gevoerd in het midden had gelaten. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor verdere behandeling.
Daarnaast bepaalde de Hoge Raad dat de Staatssecretaris van Financiën de proceskosten en het griffierecht aan belanghebbende moet vergoeden.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling met vergoeding van proceskosten aan belanghebbende.